Employer branding maakindustrie - Waarom vacatures openstaan terwijl het aantal banen krimpt

  • news

De maakindustrie heeft een merkwaardig probleem. Het aantal banen krimpt licht, maar de vacatures die er zijn blijven openstaan. UWV telde medio 2026 ruim 30.000 openstaande vacatures in de industrie, terwijl het aantal banen in dezelfde periode iets daalde. Lassers, CNC-verspaners, onderhoudsmonteurs, procestechnologen: precies de functies waar de productie op draait zijn het moeilijkst te vullen. Employer branding in de maakindustrie gaat dus niet over meer bereik kopen, maar over de vraag waarom de mensen die je nodig hebt niet naar jou kijken.

Dat vraagstuk poets je niet weg met een campagne. Het gaat over wat je te bieden hebt, of dat klopt met hoe het er op de vloer aan toegaat, en of iemand dat kan zien zonder te solliciteren. Hieronder de cijfers, de internationale praktijk en de bouw van een employee value proposition die het in de fabriek volhoudt.

Waarom blijven vacatures openstaan terwijl het aantal banen krimpt?

De cijfers van UWV laten een sector zien die twee kanten op beweegt. In maart 2026 telde de industrie 779.000 banen, iets minder dan een jaar eerder, en ook voor 2027 wordt een lichte daling verwacht. Tegelijk stond medio 2026 de teller op 30.400 openstaande vacatures en noemt ongeveer een kwart van de werkgevers het personeelstekort een belemmering voor de bedrijfsvoering.

Een afkoelende markt betekent dus niet dat vakmanschap ineens ruim voorhanden is. Het betekent dat vraag en aanbod elkaar slechter vinden dan ooit. Je concurreert niet met “de arbeidsmarkt” in het algemeen, maar met een handvol werkgevers binnen dertig kilometer die precies dezelfde lasser willen.

Daarom begint elk goed traject met een nulmeting. Hoeveel sollicitanten per vacature, waar vallen ze af, hoe lang staat een functie open, hoeveel nieuwe mensen zijn er na een jaar nog? Zonder die getallen weet je achteraf niet of je iets hebt opgelost of alleen iets hebt gemaakt.

Wat maakt employer branding in de maakindustrie anders dan kantoorwerk?

Een baan in de productie neem je anders mee naar huis dan een kantoorbaan. Ploegendiensten bepalen wanneer je je kinderen ziet, reistijd telt zwaarder als je om half zes begint, en belasting en veiligheid zijn geen secundaire arbeidsvoorwaarden maar dagelijkse realiteit. Wie daar overheen schrijft, wordt niet geloofd.

Employer branding is geen productmarketing. Een product koop je, een baan wordt onderdeel van je leven. Wat jouw campagne belooft, wordt op maandagochtend waargemaakt door een teamleider op de werkvloer, niet door de afdeling communicatie. Zijn die twee niet met elkaar in gesprek, dan lekt je verhaal weg in het eerste half jaar. Vandaar ook: content maak je waar het werk gebeurt, bij de machine, met de mensen die er staan.

Weet je eigenlijk wat jouw vakmensen zoeken?

Hier zit bij veel industriële werkgevers het grootste gat. McKinsey ondervroeg 2.154 frontliniemedewerkers en 305 leidinggevenden en vond een stelselmatig verschil tussen wat medewerkers belangrijk vinden en wat werkgevers dénken. Doorgroeimogelijkheden stonden bij medewerkers bovenaan, terwijl werkgevers zwaarder inzetten op functietitels en waardering. Twaalf procent van de medewerkers zei toegang te hebben tot externe opleidingen, tegenover dertig procent van de werkgevers die zei die te bieden. En zeventien procent voerde regelmatig een loopbaangesprek, tegenover bijna veertig procent van de werkgevers die dacht dat te doen.

Veel industriële campagnes doen dus een belofte die vakmensen niet als eerste zoeken, terwijl wat ze wél zoeken onbenoemd blijft. Deloitte en The Manufacturing Institute vonden dat medewerkers die zich kunnen ontwikkelen 2,7 keer minder snel binnen twaalf maanden vertrekken. Aannames zijn hier het duurste ingrediënt: interviews, exitgesprekken en gedragsdata uit je eigen funnel zijn goedkoper dan een campagne die naast de doelgroep landt.

Hoe bouw je een employee value proposition die klopt?

Bij MonFri rust een employee value proposition op drie pijlers. Imago: wat de buitenwereld over je zegt. Intern: wat je eigen mensen zeggen, inclusief cultuur en het gedrag van leidinggevenden. Markt: wat de sector biedt en wie er nog meer om dezelfde technicus vecht.

Het onderscheidende zit in de overlap. Iets wat van binnen klopt maar niemand zoekt, is geen propositie. Iets wat talent zoekt maar bij jou niet waar is, betaal je terug in verloop. En iets wat klopt en gezocht wordt maar dat je hele sector ook roept, valt weg in de ruis. Meer daarover in ons artikel over de employee value proposition.

Cultuur hoort nadrukkelijk in die middelste pijler thuis. Niet omdat het goed staat, maar omdat je wervingsstrategie moet aansluiten op hoe het er werkelijk aan toegaat. Werf je tegen je eigen cultuur in, dan haal je mensen binnen die na acht maanden concluderen dat ze verkeerd zitten.

Waarom overtuigt “gedreven, ambitieus, makers” niemand?

Omdat iedere werkgever het zegt. Waarden zijn belangrijk voor hoe je organisatie functioneert, maar onderscheiden zelden als boodschap. Zet tien werkenbij-sites van machinebouwers naast elkaar en dek de logo’s af: je kunt ze niet uit elkaar houden.

Cultuur claim je niet, die laat je voelen. Laat een monteur van 24 uitleggen waarom hij bleef na zijn stage. Laat een ploegleider vertellen wat er misging toen een lijn stilviel. Show don’t tell, en laat de werkvloer het verwoorden in plaats van de directie.

Een eerlijk beeld werkt bovendien als filter. Laat zien dat er in drie ploegen gedraaid wordt en dat het in de zomer warm is in de hal, en wie daar niet tegen kan haakt vanzelf af. Dat scheelt een dure mis-hire. Je wil een magneet zijn voor het juiste talent, niet voor alle talent.

Wat leert de internationale praktijk over employer branding in de maakindustrie?

De Nederlandse krapte is geen uitzondering. Deloitte en The Manufacturing Institute becijferden dat de Amerikaanse maakindustrie tot 2033 zo’n 3,8 miljoen nieuwe medewerkers nodig heeft, waarvan er zonder ingrijpen ongeveer 1,9 miljoen onvervuld blijven. Bijna de helft van de ondervraagde makers ziet leerwerktrajecten, stages en werkend leren als het effectiefste middel om interesse in de sector te wekken.

Dat sluit aan bij hoe het in Duitsland al decennia gaat, waar de Ausbildung jongeren een bedrijf van binnen laat zien voordat ze kiezen. De les is niet “ga opleiden”, maar: laat mensen het werk eerst ervaren en vraag pas daarna of ze solliciteren. Een meeloopdag doet vaak meer voor je merk dan drie maanden advertenties.

Het World Economic Forum en McKinsey rapporteerden in 2025 dat bedrijven die frontliniemedewerkers als investering behandelen in plaats van als kostenpost 52 procent beter scoren op personeelsstabiliteit. Uit eerder McKinsey-onderzoek onder bijna 13.000 werkenden in de VS, het VK en Canada bleek dat Gen Z in de maakindustrie collega’s (43 procent), betekenisvol werk (41 procent) en flexibiliteit (38 procent) als belangrijkste redenen noemt om voor de sector te kiezen. Beloning stond pas op plek zes.

Hoe houd je de vakmensen die je net hebt binnengehaald?

Werven en behouden zijn in de industrie geen twee afdelingen maar één vraagstuk. Uit datzelfde onderzoek bleek dat 48 procent van de Gen Z-medewerkers in de maakindustrie binnen drie tot zes maanden wilde vertrekken, tegen 41 procent daarbuiten, met gebrek aan ontwikkeling als voornaamste reden. De kosten van één vertrekkende frontliniemedewerker schatte McKinsey op ongeveer 52.000 dollar.

De candidate journey stopt dus niet bij de handtekening. Wat je belooft, moet in week één zichtbaar zijn: een begeleider die tijd heeft, een leerpad dat ergens heen gaat, een teamleider die na een maand vraagt hoe het gaat. Dat is geen HR-luxe maar je goedkoopste wervingskanaal, want tevreden vakmensen leveren je collega’s op. En niet elk vraagstuk is een campagne: soms zit de oplossing in een korter sollicitatieproces of een betere vacaturetekst voor technisch personeel. Hoe dat voor specifieke functies uitpakt, beschreven we eerder in ons stuk over monteurs werven in een krappe arbeidsmarkt.

Hoe pakt MonFri employer branding in de maakindustrie aan?

We beginnen bij het vraagstuk. Lopen je vacatures niet vol, of komt de instroom wel binnen maar vertrekt een op de vier binnen het jaar? Kent de markt je niet, of kent hij je verkeerd? Dat antwoord bepaalt of we aan een propositie, een carrièreplatform, contentproductie of een campagne werken. Daarna leggen we vast welk getal moet bewegen, zodat je intern kunt laten zien wat het opleverde.

Vervolgens halen we op wat er werkelijk speelt: interviews op de werkvloer, onderzoek onder het talent dat je nog niet hebt, en een scherpe blik op wat concurrenten om dezelfde mensen beloven. Daaruit komt een employee value proposition die klopt, plus de content om die te laten zien in plaats van te claimen. Meer over onze werkwijze staat op onze dienstenpagina. Sparren over het wervingsvraagstuk in jouw fabriek of installatiebedrijf? Bel 020 23 38 587 of mail hi@mon-fri.com. We denken graag een uur mee voordat er iets gemaakt wordt.